Na een paar maanden twijfelen over waar ik vrijwilligerswerk wilde doen, koos ik voor Thailand. Het project bij Thai Child Development Foundation (TCDF) sprak me aan. Stichters Ingrid en Roos zijn een school gestart voor kinderen met een beperking. Daar wilde ik dolgraag aan de slag!
Hulp bieden als ‘farang’
De kids werden elke ochtend opgehaald bij hun ouders en ’s avonds terug naar huis gebracht. Ze kregen les van Thaise docenten, er was een Thaise dokter en Thaise vrijwilligers hielpen mee waar ze konden om het deze kinderen naar hun zin te maken. Ik als ‘farang’ (Thais voor buitenlander) kon op een andere manier wat betekenen. Het TCDF probeert ‘self sustainable’ te zijn. Ik hielp mee bij het verzorgen van de kippen, het water geven van de planten en het hakken van bamboe in kleine stukken, zodat er bonen tegenop konden groeien. Er wordt zoveel mogelijk zelf verbouwd, om de kinderen, docenten en vrijwilligers eten te geven.
“Iedereen hielp om het de kinderen naar hun zin te maken!”
Allemaal een steentje bijdragen
Het leukste aan dit project vond ik de diversiteit. Niet alleen qua werk, maar ook qua mensen. Samen met Canadezen, Zweden, Duitsers, een Chinees en een Koreaan droeg ik mijn steentje bij. We hadden allemaal hetzelfde doel, en dat was heel bijzonder. We lachten, wisselden verhalen uit en werkten samen. Ik heb drie weken lang hard gewerkt en geprobeerd waar mogelijk een steentje bij te dragen.
Verandering van plannen

” Ik heb een ander Thailand ontdekt!”